Tel Maresha - Beit Guvrin


Maresha, Eleutheropolis, Tel Sandahannah, bevind zich ca.1,5km ten zuiden van Beit Guvrin en 39km ten oosten van Ashkelon. Tijdens de Hellenistische periode werd het Marissa of Marisa (huidig Tel Maresha genoemd, of Tel Sandahannah, de ruïne van een kerk, St. Anna, die de Arabische naam voor Beit Guvrin, "Sandahanna" inspireerde), en is de bekendste bewaarde stad van Hellenistisch Palestina. De opgravingen hebben Hellenistische iinscripties onthuld, beschilderde graven in grotten, en de fijnste mozaïek bestrating die nog in de omgeving is te vinden.

Maresha, is als de bijbelse stad met dezelfde naam geïdentificeerd geworden. Het wordt vermeld onder de steden van Judea in Joshua 15:44 en in II Kronieken 11:8. De stad die hier genoemd wordt, is door koning Rehoboam (920 BCE) gebouwd en in een nader fragment vecht koning Asa om Maresha tegen "Zerah de Ethiopiër".

In 587 BCE werd de stad door de Babyloniers verwoest.

Tijdens de Perzische periode werd heel het zuidelijke Judea met inbegrip van Maresha veroverd door de Edomieten, en zo werd het een deel van Edom. Vanaf de vierde eeuw BCE verhuisden Sidonians (mensen uit Sidon, een hoofdstad van Phoenicië) en Grieken naar de stad. Maresha werd een belangrijke handelstad, vooral door de slavenhandel met Egypte. Gedurende deze tijd werd de lagere stad van Beit Guvrin gebouwd en mensen begonnen daar te wonen en ook werden de eerste grotten gehouwen.

De Hasmonaieten koning Johannes Hyrcanus I was de volgende om over de stad (125BCE) te regeren, wiens heidense burgers hij dwong om tot het Judaism te bekeren om zo hun loyaliteit te garanderen. Josephus Flavius schreef in een kroniek dat niet zo lang daarna de Romeinen het in hun imperium opnamen. Beit Guvrin bloeide als een Joodse stad tot de Tweede Joodse Oorlog tegen de Romeinen van 132-135 CE.

Het amphitheater ligt aan de andere kant van de weg naar Kiryat Gat. De wilde dieren die hier vochten werden in de kerkers onder het theater gehouden en werden met een lift naar de arena gesleept. Het bouwwerk werd tijdens de tweede helft van de tweede eeuw CE opgericht en diende ongeveer 200 jaar zijn originele functie, tot het einde van de vierde eeuw CE dat, vermoedelijk viel het in onbruik ten gevolge van de zware aardbeving van Mei 363 CE.
De stad Eleutheropolis wordt afgeschilderd in de Madaba mozaïekkaart als een grote nederzetting in het zuidwesten van Jeruzalem. Tegelijkertijd had de stad een amphitheater waar de gladiatorenwedstrijden werden gehouden, een grote Joodse begraafplaats en een synagoge. De inwoners van Beth Guvrin-Eleutheropolis omvatten Joden, Christenen en heidenen. Tijdens de Romeinse en Byzantijnse periodes werd het het grootste Romeinse stadsgrondgebied in Palestina.

Israel Reisgids: Tel Maresha - Beit Guvrin (Maresha, Eleutheropolis, Tel Sandahannah, bevind zich ca.1,5km ten zuiden van Beit Guvrin en 39km ten oosten van Ashkelon) Israel Reisgids: Tel Maresha - Beit Guvrin (Maresha, Eleutheropolis, Tel Sandahannah, bevind zich ca.1,5km ten zuiden van Beit Guvrin en 39km ten oosten van Ashkelon) Maresha, Eleutheropolis, Tel Sandahannah, Israel, reisgids, israel gids, Reis, Israel Reizen Maresha, Eleutheropolis, Tel Sandahannah, Israel, reisgids, israel gids, Reis, Israel Reizen

De Kruisvaarders belandden ook in Beit Guvrin, juist als de Arabieren voor en na hen, die de belgrotten groeven. De Kruisvaarders bouwden hun fort recht over het amphitheater. Daarnaast bouwden zij een kerk waarvan er sommige ruïnes zijn. Het onder de grond bouwen in Beit Guvrin was makkelijker dan boven de grond bouwen. Direct onder de grond ligt een dunne korst van een zeer taaie kalksteen, nari, die stevige daken voor de grotten maakten. Onder de nari zijn zeer dikke lagen van zacht kalksteen die kirton genoemd worden. Zodra men door de moeilijke nari is gedrongen, wordt het graven gemakkelijk. De grotgravers bij Beit Guvrin vonden de grotten perfecte bescherming tegen de gloeiende zomer hitte. Daarnaast konden zij in tijden van gevaar zich verbergen, bijvoorbeeld tijdens de Tweede Joodse Oorlog.

Veel andere grotten zijn rond Beit Guvrin gevonden. Van de belgrotten zijn er 800 in de omgeving. Zij werden allen door de Arabieren gegraven van de7de tot aan de10de eeuw. Zij werden gebruikt voor het uithakken van steen. De stenen van Beit Guvrin zijn gevonden geworden in huizen en gebouwen van Lod tot Ashkelon. De graaf procedure ging van het eerste ronde gat bij de bovenkant in groeiende cirkels, tot de belvorm werd gevormd. Dit was blijkbaar een veilige methode om uit te hakken. De kabeltreks kunnen nog in de holen gezien worden, waar langs de stenen werden opgetrokken.

Één van de meest spectaculaire grotten rond Maresha is de "Colombarium grot". Zijn vorm is dat van een dubbel kruis. Een paar meter boven oogniveau zijn honderden van kleine alcoves in de muren. Zij waren voor duiven, die in vroegere tijden werden gehouden voor hun vlees, en mest, die als meststof werd gebruikt. Omdat duiven goedkoop waren, waren zij zeer populair onder Joden en heidenen als offer dieren. Na de Griekse periode gingen deze duivenhokken uit gebruik.

Een andere interessante grot is een ondergrondse olijfolieinstallatie. De productie van olie was zeer belangrijk in Judea, het werd onder andere gebruikt voor licht en voedsel. Omringend de top van de tel zijn huizen uit de Griekse periode. Deze hebben enorme complexen van ondergronds grotten, die veel groter zijn dan hun ruimte bovengronds. De verschillende ruimten werden als reservoirs gebruikt: het water van het dak en de binnenplaats droop via kanalen onder de grond. Er zijn ook kamers voor baden, columbaria en olijfpersen.

De "Sidonian grotten" zijn de enige die binnen beschilderd zijn. Deze zijn moderne reproducties van de oude ontwerpen. De grotten, die verder van de tel liggen, waren begrafenisgrotten voor de Griekse, Sidonian en Edomitische inwoners van Beit Guvrin. De eerste en het grootste grot heeft schilderijen van dieren, echte en mythische, boven de nissen waar de lijken werden gelegd. De dieren hebben soms een symbolische functie. Bij voorbeeld de haan kraait om demonen weg te doen schrikken. De drie-koppige hond Cerberus bewaakt de ingang naar de onderwereld. Een heldere rode adelaar op de sarcofagen is een Phoenix die opnieuw is geboren uit een rituele brand is en symboliseert het leven na de dood.

Israel Reisgids: Tel Maresha - Beit Guvrin (Maresha, Eleutheropolis, Tel Sandahannah, bevind zich ca.1,5km ten zuiden van Beit Guvrin en 39km ten oosten van Ashkelon) Israel Reisgids: Tel Maresha - Beit Guvrin (Maresha, Eleutheropolis, Tel Sandahannah, bevind zich ca.1,5km ten zuiden van Beit Guvrin en 39km ten oosten van Ashkelon)


De reden dat de grot "Sidonian" is genoemd, is wegens een inscriptie, die vermeldt Apollophanes, de leider van de Sidonian gemeenschap in Beit Guvrin. Dit was zijn familie graf. De inscriptie boven de hond Cerberus is in het Grieks en is gekrabbeld door twee minnaars die door een geregeld huwelijk gescheiden werden. De vrouw klaagt dat zij niet gelukkig is en dat zij met iemand anders ligt denkend aan haar ware liefde. De man antwoordt dat hij minstens haar mantel nog heeft (hij hoopt dat zij zal terugkomen om het op te halen). De vrouw zegt dat zij zal hem niet zal hinderen maar in plaats daarvan zal wegrennen. Een kritische derde persoon becommentariëert dat de minnaars niet zouden moeten spreken over hun problemen en zouden elkaar slechts geheime knikken in publiek moeten geven.

De tweede Sidonian grot, het "Graf van de Musici" is kleiner maar heeft een mooie beschildering van een mandie een fluit blaast en een vrouw die op een harp speelt. Vermoedelijk begeleidden zij de doden met zoete muziek naar hun namaals.